Betekenis Boeddha beelden en afbeeldingen

In tempels en bij mensen thuis staan veelal boeddhabeelden in meditatiezit. Deze beelden zijn omgeven door kaarsen, wierook, bloemen en schaaltjes met offergaven. Men brengt eer aan Boeddha, en aan de Boeddha in zichzelf, door een buiging voor hem te maken. Daarbij houdt men de handen voor de borst waarbij de handpalmen naar elkaar gericht zijn en de duimen naar binnen gekeerd. 8 Mei is de Jaardag van Boeddha. Het is traditie om op die dag een kaars voor hem te branden en dan een speciale wens te doen.

Lachende Boeddha Ook wel “dikbuik Boeddha” genoemd. Dit zijn Chinees-boeddhistische godenbeelden van rijkdom, voorspoed en geluk. De Chinese naam luidt Pu-Tai-Ho-Shang. Een lachende Boeddha staat voor geluk, blijheid, succes, welvaart en voorspoed. Men gelooft dat het meer geluk brengt als je af en toe over de dikke buik van Boeddha wrijft.

Een gekregen Boeddha geeft geluk omdat het gebaar van het geven het beeld waarde toekent en alle goede intenties van de gever meeneemt. Jezelf een Boeddhabeeld cadeau doen kan ook prima, onder voorwaarde dat de intentie goed is en het beeld behandeld wordt met eerbied en respect. Plaats het Boeddhabeeld met het gezicht naar de deur gericht en liefst niet op de grond. Plaats er dan bijvoorbeed een kussentje of kleedje onder.

Meditatiezit In de meditatiezit raakt de Boeddha met de vingers van zijn rechterhand de aarde aan. Toen Boeddha bijna de verlichting bereikt had, probeerden kwade machten hem hiervan af te houden. Daarop raakte Boeddha met zijn rechterhand de aarde aan om deze als getuige op te roepen voor de waarheid van zijn woorden. Op dat moment werd de prins Siddhartha, Boeddha, de Verlichte.
Wie was Boeddha?

Gautama Boeddha of Siddhartha Gautama Boeddha (Sanskriet, Pali: Gotama Boeddha) was een spirituele leider die volgens de historische wetenschap waarschijnlijk leefde van ca. 450 v.Chr. tot ca. 370 v.Chr. in India. Door moderne geleerden wordt ook ca. 480-400 gesuggereerd. Er zijn ook alternatieve data die gangbaar zijn vanuit de geloofstradities zelf. Alle bronnen zijn het er wel over eens dat Siddhartha Gautama tachtig jaar oud werd.[1] Volgens religieuze overleveringen bereikte Gautama Boeddha complete en volledige verlichting (het Boeddhaschap). Gautama Boeddha wordt ook wel de Sakjamoeni (sakyamuni) Boeddha genoemd en werd geboren als Siddhartha Gautama. De naam Siddhartha betekent: hij, wiens doel is volbracht of van wie elke wens vervuld is. Vaak wordt hij kortweg “de Boeddha” of “Boeddha” genoemd. Boeddha betekent ‘hij die ontwaakt (verlicht) is’. De titel Boeddha wordt gegeven aan iemand die op eigen kracht, zonder leraar, de Dhamma (de waarheid, de natuurlijke ordening der dingen) ontdekt heeft en verlichting heeft bereikt. Volgens overlevering zijn er voor Gautama Boeddha nog een aantal andere boeddha’s geweest (een beroemde lijst noemt 28 boeddha’s). Boeddha werd geboren in een hindoe-familie. Boeddha heeft in het Hindoeïsme de status van negende incarnatie van Vishnoe verworven.

Jeugd
Siddhartha Gautama werd geboren te Lumbini in het zuiden van Nepal. Zijn moeder zou Māyādevī hebben geheten, wat in het Sanskriet tevens verlichting betekent. Boeddha kwam in een tuin in Lumbini ter wereld, na tien maanden in de buik van zijn moeder te hebben gezeten. Hij wees met de wijsvinger van zijn ene hand naar de hemel en met de wijsvinger van zijn andere hand naar de grond. Boeddha’s geboorteland was het land van de Sakya’s. Zijn vader, Śuddhodana, was de koning van dat land. De naam Sakyamuni is een verwijzing naar de Sakya’s: letterlijk betekent het de wijze van de Sakya’s.

Volgens de traditie was Siddhartha Gautama een prins, wiens ouders van diverse wijzen te horen hadden gekregen dat hun kind óf een onovertrefbaar groot heerser zou worden, óf alle aardse goederen zou verwerpen en de verlichting zou bereiken. Aangezien zijn vader de eerste voorspelling prefereerde werd hij omringd met de beste aardse goederen, zodat hij in zijn leven geen ontevredenheid of nare dingen zou ervaren. Hij zou dan geen afstand hoeven te doen van zijn bezittingen. Zijn vader bouwde drie paleizen en Siddhartha Gautama bracht al zijn tijd door binnen de hoge muren van het paleis. Zo gingen de eerste 29 jaar van zijn leven voorbij. Toen Boeddha zeven dagen oud was, overleed zijn moeder. Zijn tante, de zus van zijn moeder, ontfermde zich over haar neefje. Op de leeftijd van zestien jaar trouwde Boeddha met de eveneens zestienjarige Yaśodharā. Samen kregen ze een zoon die de naam Rahula kreeg.

Spirituele zoektocht

Na 29 jaar ging hij echter diep nadenken over het leven en wilde zien hoe het ‘echte’ leven buiten het paleis was. Stiekem ging hij ‘s nachts de stad in, samen met zijn bediende. Tot zijn grote schrik zag hij een oude man, een zieke man en een dode man. Omdat hij door zijn beschermde opvoeding nog nooit een oude, zieke of dode man had gezien, vroeg hij zijn bediende om uitleg. Hij kreeg te horen dat alle mensen oud worden, ziekten oplopen en doodgaan. Dat dit normaal is. Ook zag Siddhartha Gautama een kalme en beheerste monnik voorbijlopen. Hij vroeg zijn bediende wat dit voor man was, en kreeg te horen dat het een monnik was die vrijwillig zijn bezittingen had opgegeven en een leven van eenvoud leidde, gericht op spirituele ontwikkeling. Kort daarna verliet Siddhartha het paleis en zijn familie (waaronder zijn jonge vrouw en kind) en ging hij leven als een monnik in de bossen van India.

In Benarès studeerde hij bij twee zeer bekende en gerespecteerde meesters en bekwaamde zich snel in hun leer. Hij vond echter dat deze geen oplossing bood voor het lijden dat hij nog steeds ervoer. Daarom ging hij zijn eigen weg en begon een zesjarige periode van zelfkastijding (zelfpijniging). Hij leefde ver van de samenleving, alleen in de bossen, at zeer weinig en werd zo mager dat hij bijna overleed.

Verlichting

Na zes jaar kwam hij tot het inzicht dat zelfpijniging niet leidt tot verlichting (ook nirwana genoemd) en het einde van het lijden. Hij vond een middenweg tussen het bereiken van sensueel plezier en de zelfkastijding en besloot te gaan mediteren onder een bodhiboom in Bodhgaya, totdat hij volledige verlichting zou bereiken óf zou sterven. Na 49 dagen bereikte hij de verlichting. Vanaf toen was hij Siddhartha Gautama, de Boeddha. Hij was toen 35 jaar.

Leraar

Hij begon zijn nieuw gevonden inzicht (de Dhamma) aan anderen te onderwijzen. Zijn eerste toespraak hield hij in Sarnath. Gedurende de 45 volgende jaren reisde hij door de toenmalige staten van Noord-India. Hij werd een zeer gerespecteerde spirituele leider. De koningen van de twee grootste staten (Kosala en Magadha) werden zijn discipelen, net als vele anderen uit alle lagen van de bevolking. Veel mensen besloten monnik (bhikkhu) of non (bhikkhuni) te worden in de monastieke orde (de Sangha) van de Boeddha. Op 80-jarige leeftijd overleed hij te Kushinagar. Zijn toespraken en leringen werden gereciteerd en onthouden door zijn volgelingen en na zijn dood in twee congressen die door zijn volgelingen voor dit doel werden georganiseerd, opgeschreven in de Pali-canon, de in de taal Pali gestelde aanvankelijk mondeling overgeleverde woorden van de Boeddha. De oudste bekende nog bestaande exemplaren van deze teksten kunnen aan de Boeddha toegeschreven worden.